Moederschap

De loontrekkende werkneemsters en de werklozen hebben recht op 15 weken moederschapsrust.
Deze periode is samengesteld als volgt : 5 weken prenataal verlof dat na de bevalling genomen mag worden, 1 week verplicht (vóór de bevalling) en 9 weken postnataal verlof.
In bepaalde situaties wordt dit verlof verlengd :
- Geboorte van een meerling : 2 weken prenataal die na de bevalling genomen kunnen worden en 2 weken postnataal, dus 19 weken.
- Hospitalisatie van de baby gedurende meer dan acht dagen onmiddellijk na de geboorte : verlenging van de postnatale rust, die overeenstemt met het aantal dagen ziekenhuisopname hoger dan de eerste 7 dagen.
Voorwaarden
Om de vergoeding van deze periode te genieten, moeten de werkneemsters voldoen aan de voorwaarden van de uitkeringsverzekering (wachttijd, ...) en het medisch attest doorsturen, met daarop de begindatum van de moederschapsrust en de vermoedelijke datum van de bevalling, indien deze nog niet heeft plaatsgehad.
Nadien moet nog een geboorteakte worden doorgestuurd.
Vergoeding
Voor de eerste 30 dagen moederschapsverlof ontvangt de werkneemster 82 % van haar brutoloon, geëvalueerd in werkdagen, terwijl de werkloze 79,5 % ontvangt van het gederfde loon dat in beschouwing werd genomen met het oog op de berekening van de werkloosheidsuitkering.
Vanaf de 31ste dag gaat de moederschapsuitkering naar 75 % van dit loon. In deze laatste situatie en voor de werklozen is de moederschapsuitkering beperkt .

De zelfstandigen die voldoen aan de verzekeringsvoorwaarden hebben recht op een forfaitaire moederschapsuitkering (per week van stopzetting van de activiteit). De totale duur van de moederschapsrust is 8 weken (9 weken voor een meerling). Op 1 januari 2009 werden de modaliteiten om het opnemen van moederschapsrust flexibeler te maken, aangepast. De verplichte rust bestaat uit 3 weken (1 week prenatale en 2 weken postnatale rust). Aan het einde van deze verplichte periode heeft de zelfstandige 21 weken om de rest van de facultatieve rustweken op te nemen. Die rest is beperkt tot 5 weken (6 weken voor een meerling), teneinde de maximumduur van 8 weken (9 weken voor een meerling niet te overschrijden).
Sinds 01/01/2010 mag de zelfstandige een verlenging van haar moederschapsrust vragen wanneer haar kind in het ziekenhuis na de eerste 7 dagen moet blijven. De verlenging overeenstemt met het aantal weken hospitalisatie hoger dan de eerste 7 dagen.
Om deze moederschapsuitkering te genieten, moet de zelfstandige haar ziekenfonds en medisch attest bezorgen waarop de vermoedelijke bevallingsdatum en de begindatum van de moederschapsrust vermeld zijn, evenals het ingevulde en ondertekende aanvraagformulier, met de planning van de gekozen weken van rust. Dit formulier vindt u in uw ziekenfonds.
