Zwangerschap

Een zelfstandige heeft recht op 3 weken verplichte rust, waarvan ten minste één week prenataal. Daarna kan men 5 weken (6 bij de geboorte van een meerling) opnemen naar keuze van de gerechtigde, binnen de 21 weken na het einde van de verplichte rust. De gerechtigde moet haar rustperiodes op voorhand aan haar ziekenfonds meedelen, zowel wat de verplichte rust als de 5 facultatieve weken betreft. Mocht ze de periodes van facultatieve weken nog willen veranderen, dan moet ze haar ziekenfonds daarvan op voorhand op de hoogte brengen. Elke aangevatte periode moet worden voortgezet en kan niet meer worden gewijzigd. De duur mag ze steeds zelf bepalen, maar moet wel per volledige week opgenomen worden. De uitkering per week bedraagt € 375,72.

Naast de drie wettelijke dagen sociaal verlof kunnen kersverse vaders (in loondienst) maximaal 7 kalenderdagen extra vaderschapsverlof nemen die worden vergoed door het ziekenfonds aan 82 % van het brutoloon (maximale daguitkering € 97,06).

Het moederschapverlof bestaat uit 15 weken verlof, waarvan minstens 1 week prenataal verlof en 9 weken postnataal verlof. De 5 overige weken kunnen vrij voor of na de bevalling opgenomen worden. Het zwangerschapsverlof kan dus op verzoek van de gerechtigde ten vroegste 6 weken voor de vermoedelijke bevallingsdatum starten. Ingeval van ziekte of werkverwijdering voor de bevalling worden deze 6 weken steeds opgenomen! (Bij meerling: 19 weken, waarvan minstens 2 weken vooraf). Bij langdurige ziekte voor aanvang van de moederschapsrust wordt het zwangerschapsverlof met 1 week verlengd. De juiste periode en de hervattingsdatum worden berekend van zodra het geboorteattest in ons bezit is.

Tijdens het moederschapverlof heeft de gerechtigde recht op een moederschapsuitkering die wordt berekend op basis van het gederfde loon of werkloosheidsuitkering. Deze uitkering bedraagt de eerste 30 dagen 82 % van het gederfde loon (onbeperkt). Vanaf de 31e dag is dit gelijk aan 75 % of maximaal € 88,77 vanaf 1 januari 2009. Voor werklozen 79,5 % en dan 75 % vanaf de 31ste dag.

U dient als zwangere (werkende of werkloze) gerechtigde uw zwangerschap kenbaar te maken door een ‘vertrouwelijk’ in te dienen waarop uw gynaecoloog of behandelende arts de vermoedelijke datum van de bevalling vermeldt en de aanvangsdatum van de bevallingsrust.

Werkverwijdering voor borstvoeding is mogelijk ingeval van heffen en tillen (10 weken vanaf de geboorte) of ingeval van infectiegevaar (5 maand vanaf de geboorte). Ook dit dient bevestigd door arbeidsgeneesheer en werkgever. De uitkeringen bij borstvoeding worden aan 60 % van het gederfde loon uitbetaald.

Tengevolge moederschapsbescherming is werkverwijdering mogelijk indien de werkgever en de arbeidsgeneesheer een verklaring voorleggen aan de adviserend geneesheer van het ziekenfonds waaruit blijkt dat de normale werkzaamheden een specifiek risico inhouden en men aan de werkneemster geen passend werk kan aanbieden. De uitkeringen bij werkverwijdering worden aan 78,237% van het gederfde loon uitbetaald.
-
Heb ik als zelfstandige ook recht op een uitkering wegens moederschapsrust ?
-
Hoe is vaderschapsverlof georganiseerd ?
-
Hoe lang duurt de periode van moederschapsrust ?
-
Hoeveel bedraagt een uitkering wegens moederschapsrust ?
-
Hoe verwittig ik het ziekenfonds van mijn zwangerschap ? Welke formaliteiten gaan hiermee gepaard ?
-
Wanneer heb ik recht op borstvoedingsverlof ?
-
Wanneer heb ik recht op werkverwijdering ?
