Menu
Vodcast - 20/11/2021

Gezond sporten? Ontdek de tips van een sportarts.

Bewegen is gezond, dat weet iedereen. Maar kan je ook té veel bewegen? Hoe sport je op een gezonde manier? En vanaf wanneer heb je begeleiding nodig? Amaryllis, het gezicht van onze preventie- en gezondheidstips, sprak erover met een sportarts. Je ontdekt de details in het interview hieronder.

Beluister deze video-podcast ook via Spotify.

Een overzicht van de onderwerpen:

Het profiel van een sportarts

Deze keer hebben we een expert uitgenodigd die volgens mij alles weet over alle sporten. Dag Tom Teulingkx, jij bent sportarts. Is dat vergelijkbaar met huisarts of zitten daar grote verschillen tussen?

De meeste sportartsen zijn huisartsen. Het is namelijk een bijkomende opleiding die je kan volgen als huisarts, maar ook als orthopedist of andere specialist. Na een opleiding van twee jaar kan je jezelf sportarts noemen.

 

Maar je moet toch wel interesse hebben in allerlei soorten sporttakken, neem ik aan?

Ik denk het wel. De meeste sportartsen zijn ook sportief en kennen veel van sporten.

 

Ben je zelf met een bepaalde sport fanatiek bezig?

Ach ja, ik kom een beetje uit het voetbal, uit het tennis en ben dan wat doorgerold naar de individuele sporten door tijdsgebrek. Dus lopen, fietsen, triathlon en dergelijke zaken.

 

Dan heb je wel een goede conditie? (lacht)

Ik probeer het goede voorbeeld te stellen, ja (lacht).

Wanneer ga je best aankloppen bij een sportarts?

Wie komt er eigenlijk bij jullie aankloppen? Zijn dat vooral professionele sporters of meer amateurs?

De meesten zijn eigenlijk amateurs, recreanten. Met een leeftijd van 6 tot 99 jaar, om het zo maar te stellen. En dan heb je nog mensen die door sportblessures komen, natuurlijk. Meestal vragen patiënten sportadvies, maar ook voor sportmedische onderzoeken komen ze tot bij ons, gestuurd door een federatie. Sommige federaties verplichten namelijk een sportmedisch onderzoek.

Nog andere mensen komen omwille van ongerustheid, uit interesse, of om eventueel één of andere prestatie neer te zetten. Dus dat gaat van kinderen met bezorgde ouders tot volwassen sporters die een doel voor ogen hebben, bijvoorbeeld het beklimmen van de Mont Ventoux. Zij willen in goede gezondheid en in goede conditie aan die opdracht beginnen.

 

Heb je al veel mensen moeten teleurstellen? Door te zeggen: ‘Nee, dat ga je nu niet doen. Het is toch te vroeg.’

Gelukkig niet. Maar natuurlijk, onze maatschappij zit zo in elkaar dat mensen altijd hoge doelen stellen en soms wel heel extreme zaken voorop stellen. En dan is het onze taak om die mensen een beetje te bewaken, te voorkomen dat ze te hoog mikken voor hun conditie.

Ik denk dus wel dat het een belangrijke taak is om als sportarts een goed evenwicht te vinden en de dromen van mensen proberen waar te maken. Dat door tegelijk ook voorzichtig te zijn, zodat ze niet over hun grenzen gaan.

 

Wanneer maak je nu het best een afspraak bij een sportarts?

Liefst van al voor een preventief onderzoek, met andere woorden als er geen problemen zijn. We weten dat sporten gezond is, maar de vraag is ook: ben je gezond genoeg om te sporten? Ik denk dat dat een belangrijke vraag is die je voor jezelf moet beantwoorden. En daar hebben we eigenlijk een website voor gemaakt, die ondertussen al tien jaar online staat: sportkeuring.be.

Daar kunnen mensen een vragenlijst invullen. Die gaat over hun volledige gezondheid, hun hart en hun familiale voorgeschiedenis: is er een ziekte bij ouders, broers of zussen? Want dat is zeer belangrijk om weten. Na die vragenlijst krijgen ze dan het advies om zich te laten onderzoeken. Vervolgens kunnen ze een afspraak maken bij een van onze 300 artsen die daar ook specifiek voor zijn opgeleid.

 

Je bent zelf huisarts. Maar komt het ook voor dat mensen op voorschrijven van een huisarts bij jou komen? Of is het meestal op eigen initiatief?

Het gebeurt ook op verwijzing van een arts. Uiteindelijk hebben wij een subspecialisatie. Dus sportgeneeskunde is een specialisatie waar niet alle huisartsen mee bezig zijn. En het is ook belangrijk. Hartonderzoek is bijvoorbeeld niet zo makkelijk om te doen. Je moet daar toch een specifieke opleiding voor gevolgd hebben. En veel van de huisartsen sturen eigenlijk hun patiënten door naar een sportarts om dit onderzoek te laten uitvoeren.

Anderzijds komen veel mensen op eigen initiatief, op aanraden van een federatie, of omdat er in hun familie iets gebeurd is. We zien bijvoorbeeld soms clubs die geconfronteerd zijn met een zeldzaam cardiaal overlijden. Die clubs schieten dan plots in actie en sturen al hun leden voor een sportmedisch onderzoek.

Dus het is soms heel intuïtief. En mensen komen op allerlei manieren eigenlijk bij een sportarts terecht.

De belangrijkste adviezen van een sportarts

Wat zijn zo de belangrijkste adviezen die je meestal geeft?

Wel, het belangrijkste advies is: luister naar je lichaam. En dat is heel moeilijk, omdat mensen dat niet gewoon zijn. Zeker kinderen. Je weet, kinderen gaan echt wel makkelijk over de schreef. Ze kennen geen remmen. En het is belangrijk, denk ik, dat mensen ook goed leren om aan te voelen wanneer het een beetje te veel wordt.

 

Moet ik elke dag sporten?

Dat is zeker niet aan de orde. De beweegnorm is eigenlijk dat kinderen elke dag één uur matig tot intensief bewegen. En we weten dat 95 procent van de kinderen dit niet halen. Dus dat is eigenlijk toch wel belangrijk om te weten. Volwassenen moeten ongeveer een 150 minuten per week bewegen. Matig tot intensief en ook een beetje krachttraining erbij.

 

Dat is het advies dat jij zelf ook geeft?

Dat is het advies naar de beweegnorm. We weten dat de beweegnorm eigenlijk bestaat om gezond te blijven. Langs de andere kant, mensen hebben soms wat meer nodig. Sport is meer dan alleen gezond zijn. Sport is ook mentale gezondheid.

Dus als je aan je conditie gaat werken, zal je je ook mentaal veel beter voelen. Bewegen is daarbij de eerste stap, maar de tweede stap is echt gaan sporten. En dan misschien ook ergens naar een doel toe werken. Dat is eigenlijk de voornaamste reden waarom we mensen zien, zodat ze hun doel kunnen bereiken.

 

Je zegt: ‘Je hoeft niet elke dag te sporten.’ Maar ik hoor dan op andere plaatsen: een half uurtje per dag, dat zou eigenlijk wel goed zijn.

Zeker, dat is ook een bewegingsnorm, een half uurtje per dag extra bewegen. Maar men spreekt dan wel over ruim 10.000 stappen. Hoe dan ook, elke stap telt.

 

Daarom heb je een stappenteller nodig, waarschijnlijk. Ik heb 2.000 stappen gedaan vandaag. Dat is nog niet genoeg, hè? (lacht)

Nee, maar je hebt veel gezeten natuurlijk. (lacht) Dus die 10.000 stappen zijn ergens een richtlijn. Maar natuurlijk, als je fietst, als je veel beweegt, is dat eigenlijk ook al voldoende. Ook simpele zaken zijn zeer belangrijk, zoals bijvoorbeeld de trap nemen.

Echt aan sport doen is iets anders. Sport is conditie opbouwen. Dat heeft met meer te maken dan alleen gezondheid. En ik denk, als je daarop inzet, dat je ook wel heel wat kan bereiken. Ook sociaal. Want uiteindelijk is sporten een sociaal gegeven. Je doet dat met andere mensen. Dus het is van een veel hogere waarde dan alleen maar bewegen.

Al coachend samen naar een doel werken

Ik vraag mij af, als je bijvoorbeeld een marathon wil voorbereiden, fungeert een sportarts dan ook een beetje als coach? Of ben ik daar fout in?

Je fungeert ook een beetje als coach. Want sportartsen maken ook trainingsschema’s en volgen ook mensen op. Dus het gaat echt wel verder dan louter zeggen:‘Oké, je bent geschikt om te sporten of niet geschikt.’

 

Ja, jullie begeleiding is niet alleen adviserend, maar ook nog eens motiverend.

Zeker en vast. Het begint eigenlijk bij een keuring. Maar een keuring is een slecht woord. Het lijkt een beetje een vleeskeuring, maar dat is het niet. Het is eigenlijk echt een sportmedisch advies.

Maar natuurlijk, om een voorbeeld te geven: als je bijvoorbeeld gaat duiken en je hebt een trommelvlies dat stuk is, dan kan je niet gaan duiken. En dan moeten we je ook afkeuren voor die sport. Als is dat een zeldzaamheid, we moeten mensen meestal niet afkeuren. We gaan ze gewoon heroriënteren. Of we gaan bijvoorbeeld iets oplossen, zodat ze toch kunnen sporten.Mensen veilig laten sporten is dus één aspect.

Het tweede aspect bestaat inderdaad uit juist advies geven. Stel je voor dat je een basketbalspeler bent, maar je hebt al vijf keer je enkel verzwikt. Dan lijkt het ons ook logisch dat je daaraan gaat werken en dat je die enkel sterker gaat maken. Dat is ook een taak als sportarts.

We hebben daar recent ook een heel mooie module voor gemaakt. Afhankelijk van je medische voorgeschiedenis gaan we trainingsadvies geven, een oefenprogramma. Dat wordt automatisch gegenereerd door het systeem.

En dan kan je eigenlijk heel specifieke oefeningen doen, voor jou individueel om je systeem ook sterker te maken. En om te vermijden dat je een nieuwe blessure krijgt.

 

Geef je ook advies over hoe je kan afbouwen? Want als je eenmaal die marathon hebt gelopen, is die kick behaald. En wat doe je daarna? Iets anders zoeken om kicks te halen, of afbouwen, of proberen hetzelfde niveau te behouden?

Een doel is eigenlijk een droom met een eindfase. Maar uit elk doel komt een volgende uitdaging voort. Dus we zien mensen vaak groeien van uitdaging naar uitdaging.

 

Zodat ze niet in een zwart gat vallen daarna?

Klopt, dat is niet de bedoeling en proberen we ook te verhinderen. Als je je doel hebt bereikt, moet je eigenlijk bezig blijven. En dan moet je ook naar een volgend doel gaan. Ligt dat doel hoger of lager, of ligt dat in een andere sport? Dat maakt eigenlijk niet uit. Het moet in de eerste plaats haalbaar zijn en je moet daar terug een programma rond maken.

Stel dus echt doelen. Als je je doel bereikt hebt, ga dan naar een nieuwe uitdaging. Maar las zeker voldoende rust in. Want het gevaar is steeds, als je blijft sporten en intensief sporten, dat je in overtraining geraakt. En overtraining wil je echt vermijden. Want dan krijg je het gevoel dat je slechter wordt.

We zien veel mensen die bijvoorbeeld een start to run beginnen, maar dan echt een beetje te snel gaan. En dan wordt het een start to stop, uiteindelijk. Dan gaan ze eigenlijk niet meer sporten en echt niets meer doen. Dat moeten we te allen tijde vermijden, dat mensen die het initiatief nemen om te sporten uiteindelijk door een blessure of door overtraining plots gaan stoppen.

Wordt een sportarts terugbetaald?

Ik denk dat veel mensen dit nog niet weten, maar terugbetaling van een sportarts is mogelijk, hè? Via de zorgverzekeringen?

Klopt zeker. We betreuren natuurlijk dat het niet altijd volledig terugbetaald wordt. Want uiteindelijk is het een preventief onderzoek. Als je zelf bezorgd bent over je cholesterolwaarde en je gaat naar een arts om een bloedafname te doen, dan wordt dat ook praktisch volledig terugbetaald. Dus we zien niet direct een verschil met jezelf de vraag stellen: Hoe kan ik iets aan mijn conditie doen? Hoe kan ik veilig sporten?

Maar we zijn natuurlijk heel blij dat er ziekenfondsen zijn die toch een terugbetaling voorzien. Heb maar eens drie kinderen die een verplicht medisch onderzoek moeten ondergaan, zoals wielrenners. Dat kost toch wel wat geld.

Elk sportmedisch onderzoek kost ongeveer 60 à 70 euro. Als je dat in perspectief ziet, is dat eigenlijk één voetbalschoen om de twee jaar, bij wijze van spreken. Uiteindelijk telt dat wel op voor een gezin. En dan is het zeer fijn dat er toch een terugbetaling voorzien wordt.

 

Bij het VNZ wordt er ook iets specifiek terugbetaald, dacht ik hè?

Ja, VNZ is eigenlijk de beste van de klas momenteel. Zij betalen ongeveer 50 procent van het bedrag terug, met een maximum van 50 euro. Dus dat is zeer fijn meegenomen. En het is toch ook wel voor gezinnen een grote meerwaarde.

 

Maar in het algemeen is er nog verbetering mogelijk voor alle zorg?

Ja, die terugbetaling is uiteindelijk het initiatief van de ziekenfondsen momenteel. Maar het zou fijn zijn moest er een algemene regeling komen van het RIZIV om dergelijk onderzoek terug te betalen voor heel de bevolking.

Enkele gouden tips en tricks

Tot slot, heb je nog een paar tips? Bijvoorbeeld als je erin wilt vliegen, maar op een gezonde manier?

Start zeker met het invullen van de vragenlijst op sportkeuring.be. Dat geeft al een goed beeld van wat je kan verwachten. En het geeft aan of je eventueel naar een arts moet gaan of niet.

En dan: maak een goed plan. Maak een plan dat past in je familiaal leven. We zijn niet allemaal topsporters die na een training languit in de zetel kunnen gaan liggen en wachten op de volgende training. We hebben een gezin, een job, andere dingen… We kunnen ook eens ziek worden. Of het kan eens druk zijn, waardoor je je plan moet aanpassen. Dus maak een plan dat haalbaar is en dat ook aanpasbaar is.

En stel jezelf een doel. Maar luister vooral naar je lichaam. En als er problemen zijn, vraag dan zeker raad. Blijf er niet mee lopen.

 

Zijn er problemen die je absoluut kan vermijden?

Veel mensen zijn gefocust op cardiale problematiek. We hebben spijtig genoeg nog jaarlijks jonge mensen die plots neerzijgen op een sportveld. Per jaar zijn dat er een tiental, dus niet echt veel, maar als het je kind is of iemand uit je omgeving, dan weet je het wel.

Dus probeer daar voorzichtig in te zijn. Dikwijls zijn er onderliggende oorzaken die je alleen maar aan het licht kan brengen met een onderzoek. Van die onderliggende oorzaken kunnen we 90 procent opsporen, dus dat is gigantisch veel. Doe je dat onderzoek niet, dan weet je het niet en kan het lot plots toeslaan.

Ik heb het zelf meegemaakt bij een familielid dat ik een sportmedisch onderzoek gaf op een barbecue. Je kent dat wel, als je eigenlijk niet aan het werk bent en ze vragen plots: ‘Kan je mij snel onderzoeken?’ We hebben toen een heel zeldzame hartafwijking vastgesteld.

Uiteindelijk was dat ook iemand die de Mont Ventoux wou gaan beklimmen een paar maanden later. Zij heeft een heel goede behandeling gekregen en is twee jaar later wel de Mont Ventoux op gereden. Maar hadden we het onderzoek niet gedaan, dan was ze er misschien niet meer geweest.

Dus het is belangrijk om er aandacht voor te hebben zonder dat we echt in paniek schieten. Want dat soort cardiale problematiek is zeldzaam, maar het is te belangrijk om zomaar te laten liggen.

 

En zo komen we weer bij de gouden regel die: beter voorkomen dan genezen.

Zeker en vast.

 

Dankjewel Tom voor dit gesprek.

Graag gedaan.

 

Benieuwd naar meer? Neem zeker een kijkje bij onze andere gezondheidstips, want er zijn heel veel verschillende preventiemaatregelen.

 

Tot de volgende keer.

<<< Terug naar het vodcastoverzicht