Eerste jaar van arbeidsongeschiktheid
Loontrekkenden
Zowel arbeiders als bedienden hebben gedurende het eerste jaar recht op een uitkering aan 60% van hun brutoloon wanneer het om een ziekte of ongeval gaat. Voor moederschapsrust, werkverwijdering en geboorteverlof, zijn er andere percentages van toepassing.
| Soort dossier | Percentage |
|---|---|
| Ziekte, ongeval, borstvoedingsverlof | 60% |
| Werkverwijdering | 78,237% |
| Moederschapsrust | Eerste 30 dagen 82%, vanaf 31ste dag 75% |
| Geboorteverlof, adoptieverlof, pleegouderverlof | 82% |
Het loon dat in aanmerking genomen wordt om deze berekening te maken, is niet altijd het meest recente loon. Er wordt altijd gekeken of de tewerkstelling stabiel gebleven is of niet.
In de meeste gevallen wordt het loon van enkele maanden geleden gebruikt om je uitkering te berekenen. Het gaat dan om een stabiele tewerkstelling.
Een kort overzicht:
| Eerste dag arbeidsongeschiktheid valt in | Dossier wordt berekend op brutoloon van |
|---|---|
| Januari, februari of maart | 30 september het jaar voordien |
| April, mei of juni | 31 december het jaar voordien |
| Juli, augustus of september | 31 maart van het lopende jaar |
| Oktober, november of december | 30 juni van het lopende jaar |
Enkel indien het niet om een stabiele tewerkstelling gaat, wordt het loon van de dag voor je arbeidsongeschiktheid gebruikt om je uitkering te berekenen.
Zo kan het zijn dat de tewerkstelling als niet-stabiel bekeken wordt indien je onlangs meer of minder uren bent gaan werken (contractwijziging). Ook het opnemen van (gedeeltelijke) loopbaanonderbreking zorgt ervoor dat het loon van enkele maanden geleden niet meer representatief is en dus niet gebruikt zal worden voor de berekening.
In principe kan men dus gedurende het eerste jaar steeds aanspraak maken op bovenvermelde percentages, afhankelijk van het soort dossier.
In de 3de maand kan er echter een (tijdelijke) verhoging toegepast worden indien je een lage uitkering ontvangt en recht hebt op een minimumbedrag.
In de 4de maand wordt er steeds een heronderzoek gestart om na te gaan of de uitkering niet verhoogd kan worden. Vanaf dan zijn er immers minimumbedragen van toepassing die gekoppeld zijn aan je gezinssituatie.
Dit onderzoek wordt automatisch door ons opgestart indien dit van toepassing kan zijn, u dient dit zelf niet aan te vragen.
Belangrijk
- Er is een plafond van toepassing: momenteel ligt de grens op een maandloon van € 4.761,38 bruto. Als je loon hoger is, zal dus niet je volledige loon in aanmerking genomen worden om je uitkering te berekenen.
- Het plafond stijgt telkens ook mee met de loonindex.
- De enige uitzondering op deze regeling is moederschapsrust. Ongeacht het loon dat van toepassing is, ontvangt men de eerste 30 dagen steeds 82% van het brutoloon.
Pas vanaf de 31ste dag wordt de uitkering geplafonneerd en ontvang je mogelijk minder dan 75% van je brutoloon.
Werkzoekenden
Voor een werkzoekende wordt de uitkering niet berekend op een loon maar op info die we ontvangen vanuit de werkloosheidsinstelling. De 2 belangrijke factoren zijn hier:
- Cijfer- lettercode
- Dagbedrag werkloosheid
Op basis van deze info wordt er een berekening gemaakt, hier zijn verschillende mogelijkheden mogelijk:
- Je ontvangt hetzelfde bedrag als via de werkloosheid
- Je ontvangt een lagere uitkering (60% van cijfer-lettercode is lager dan dagbedrag werkloosheid)
- Je ontvangt een hogere uitkering (enkel van toepassing bij moederschapsrust omdat dit aan een hoger percentage betaald wordt)
Ook binnen de werkloosheid zijn de minimumbedragen van toepassing.
In de 3de maand kan er een (tijdelijke) verhoging toegepast worden indien je een lage uitkering ontvangt en recht hebt op een minimumbedrag.
In de 4de maand wordt er steeds een heronderzoek gestart om na te gaan of de uitkering niet verhoogd kan worden. Vanaf dan zijn er immers minimumbedragen van toepassing die gekoppeld zijn aan je gezinssituatie.
Dit onderzoek wordt automatisch door ons opgestart indien dit van toepassing kan zijn, u dient dit zelf niet aan te vragen.
Zelfstandigen
Voor zelfstandigen wordt er geen berekening gemaakt op basis van het inkomen maar wordt het dagbedrag bepaald op basis van de gezinssituatie.
Ziekte
| Gezinssituatie | Dagbedrag |
|---|---|
| Met gezinslast | € 79,51 |
| Als alleenstaande | € 63,01 |
| Als samenwonende | € 48,32 |
Ook voor een moederschapsrust en adoptie- of pleegouderverlof zijn er vaste bedragen van toepassing:
Moederschapsrust
| Periode | Voltijdse week | Halftijdse week |
|---|---|---|
| Eerste 4 weken | € 890,31 | € 445,16 |
| Vanaf de 5de week | € 814,32 | € 407,16 |
Adoptie- pleegouderverlof
| Periode | Weekbedrag |
|---|---|
| Hele periode | € 621,19 |